Tip nummer 1: Kam niet te veel
Hoe vreemd dit misschien klinkt, maar ga jouw kat tijdens de ruiperiode niet iedere dag kammen.
Doordat je je kat dagelijks kamt, haal je inderdaad veel haar uit de vacht, maar ook haren die nog vastzitten. De haren van een kat laten namelijk best makkelijk los. Daarnaast verstoor je ook de haarcyclus van de kat, waardoor je je kat in een permanente rui kunt brengen.
Ook kun je door te veel kammen de vacht beschadigen.
Wanneer je tijdens de ruiperiode twee keer per week kamt, is dat echt voldoende.
Tip nummer 2: Gebruik de juiste materialen
Ja, hier is ‘ie weer: het advies over materialen. Nog steeds hoor ik van menig kattenbaasje dat ze gebruikmaken van een kam waarmee je de ondervacht/wolharen uitkamt, zoals een Furminator of een “deshedder”. Dit is een soort harkje met een rijtje mesjes.
Dit is erg slecht voor de vacht van je kat, want hiermee snijd je door de vacht heen, waardoor je ook vastzittende haren los snijdt. Ja, het klopt: je kunt hiermee superveel haar verwijderen, zelfs zoveel dat je kat uiteindelijk kale plekken krijgt.
Wat je eigenlijk aan het doen bent, is je kat “ontwollen” — en juist dat is niet goed voor zowel de vacht als de huid van jouw kat. De vacht beschermt de huid namelijk tegen ongedierte, de zon, warmte en kou, maar ook tegen scherpe dingen zoals de nagels van een andere kat of de stekels van bijvoorbeeld een bramenstruik.
Gebruik daarom een combikam om de vacht door te kammen. De slickerborstel gebruik je daarna licht over de vacht, zodat achtergebleven losse haren worden verwijderd.
Wat je wél dagelijks mag doen, en wat ook nog eens vachtvriendelijk is, is een nat microvezeldoekje over de vacht van je kat halen. Het doekje heeft een beetje dezelfde structuur als de tong van een kat, waardoor losse haartjes achterblijven in het doekje.