Auteur: Suzanne Donkers
Datum: 16-12-2025
Sommige trimsessies blijven je bij. Niet omdat ze spectaculair zijn, maar omdat ze zó duidelijk laten zien wat een kat nodig heeft.
Dit zijn vaak de afspraken waarbij alles wat ik dagelijks zie samenkomt: stress, goedbedoelde zorg, onzekerheid bij het baasje en een kat die simpelweg niet weet wat er van hem verwacht wordt.
De trimtafel staat klaar, op de tafel liggen de Combikam, slickerborstel, tondeuses en een warme handdoek, en nog vóór ik begin zie ik het al aan de lichaamshouding: gespannen schouders, lage staart, ogen die alles tegelijk willen volgen. Trimmen is dan geen ‘handeling’, maar een ervaring — en die ervaring bepaalt hoe een kat zich gedraagt.
Deze kat kwam binnen met een verhaal dat ik vaker hoor. Een verhaal van een betrokken baasje dat alles probeert, maar toch tegen grenzen aanloopt:
“Hij vindt borstelen vreselijk. Bij de vorige trimsalon moest ik weg en toen ging het helemaal mis.”
De spanning was voelbaar. Niet alleen bij de kat, maar ook bij het baasje. En eerlijk? Dat snap ik volledig.






